Het meeste effect bereik je door je stijl aan de situatie en mogelijkheden van de persoon aan te passen, het situationeel leiderschap. In de situationele benaderingen wordt het gedrag van de leidinggevende gekoppeld aan het waarneembare gedrag van de individuele medewerker. Per situatie past een leidinggevende zijn stijl van leidinggeven aan. In het kader van het oplossen en voorkomen van hoofdpijndossiers wil ik hier twee uiterste stijlen nader uitleggen, te weten de autocratische en democratische stijl.

Kijk eens wat jou aanspreekt

De autocratische leiderschapsstijl
De leider gebruikt hier zijn macht en autoriteit, die zijn positie met zich meebrengt, om door middel van de medewerkers de resultaten te behalen. Dat wil zeggen dat de leider precies bepaalt wat de medewerker moet doen, waar hij het moet doen en wanneer en hoe hij het moet doen. Hij ziet er nauwkeurig op toe dat zijn instructies ook daadwerkelijk opgevolgd worden. Houdt men zich niet aan de regels, dan heeft dit grote gevolgen (uit: De Manager – R. ten Bos en M. A. J. W. van der Ham, 2003).

De sturende leidinggevende laat het volgende gedrag zien:
– Hij bepaalt wat de doelen zijn;
– Hij plant en organiseert het werk van tevoren;
– Hij zorgt dat de medewerker steeds weet wat de prioriteiten zijn;
– Hij maakt duidelijk wat zijn rol is en wat de rol van de medewerker is;
– Hij bepaalt wanneer iets af moet zijn;
– Hij bepaalt de wijze van evalueren;
– Hij laat zien hoe het werk gedaan moet worden;
– Hij controleert het werk.

De democratische leiderschapsstijl
Bij deze stijl gebruikt de leider zijn persoonlijkheid en betrekt hij zijn medewerkers bij het oplossen van problemen en de besluitvorming. De leidinggevende luistert naar zijn medewerkers en geeft hen waar nodig ondersteuning en aanmoediging. De ondersteunende leidinggevende laat het volgende gedrag zien:
– Hij luistert naar de problemen van zijn medewerkers;
– Hij geeft complimenten;
– Hij vraagt de medewerker om ideeën en suggesties;
– Hij moedigt de medewerker aan;
– Hij geeft relevante informatie over wat er bereikt moet worden en waarom;
– Hij vertelt de medewerker ook iets over zichzelf;
– Hij accepteert de probleemoplossingen van de medewerker.

Vaak zal jouw stijl van leidinggeven op een bepaald moment taakgericht en sturend zijn, terwijl op een ander moment je meer mensgericht en ondersteunend zal werken.